Vandaag zouden we wederom een poging wagen om een heuse heli-bike tocht te gaan doen. In Nelson bleek eerder al geen tent te zijn die het aanboodt, in Twizel hadden we een wat lafhartige piloot die de lucht niet indurfde omdat het bewolkt was en in Wanaka bleek de shop pas vanaf 1 november een licentie te hebben.
Maar in Queenstown zou het moeten lukken was ons beloofd. Er waren twee opties: de eerste was een 4wd / heli combi waarbij je met de auto omhoog ging en terug over de berg met de helicopter terug zou gaan.
Maar even proberen dan. De trail door Skippers canyon deden we twee keer, waarbij we beneden aangekomen nog een keertje met de auto omhoog gingen naar het beginpunt.
De autorit ging over de “New Zealands’ most dangerous road” en was al een avontuur op zich. De fietstrack was volledig singletrack over een oude mijnwerkersroute. Her en der stonden nog overblijfselen van kroegen en hutten uit de goudzoekperiode hier. Heel leuk pad met sommige hele steile stukjes, maar over het algemeen goed te doen. We waren uitgerust met een Ironhorse Yakuza, met 7 inch veerweg achter, wat het afdalen heeel soepel maakte.
Voor de trip naar de helicopter moesten we eerst nog een stukje over de weg naar beneden, waar Pete ons met z’n vliegmasjien zou opwachten. Ons gids was al erg enthousiast over het feit dat Pete vandaag zou vliegen. Het begon al goed. Toen de helicopter landde werd de passagiers deur opengegooid en kwam er een man uitgerend die 4 meter verder even flink moest overgeven.. 🙂 Dat belooft wat. Dit bleek niet zonder reden te zijn, Pete had ook in Vietnam gevlogen en het leek of hij een heel arsenaal aan raketten af aan het schudden was.
Strak omhoog, scherpe bocht naar links, duik naar beneden en meteen weer naar rechts… Oei, ik was blij dat we weer op de grond stonden. Continue reading